Word je vaker midden in de nacht wakker?
Lig je om 3 uur klaarwakker of voel je je na een lange nacht nog steeds niet uitgerust?
Veel vrouwen merken vanaf hun veertigste dat hun slaap verandert. Een goede nachtrust kan juist in de overgang minder vanzelfsprekend zijn.
Tijdens de perimenopauze en de overgang verandert je hormoonhuishouding en schommelen hormonen als oestrogeen en progesteron.
Omdat progesteron bijdraagt aan een gevoel van rust, kan ontspannen soms minder vanzelfsprekend worden.
Veranderingen in oestrogeen kunnen je bovendien gevoeliger maken voor temperatuurwisselingen zoals opvliegers of nachtzweten.
Tel daar een druk leven, mentale belasting en de natuurlijke stijging van cortisol richting de ochtend bij op, en het is begrijpelijk dat je slaapritme anders kan aanvoelen.
Daardoor kun je lichter slapen, vaker wakker worden of het gevoel hebben dat je ’s nachts minder goed herstelt.
Steeds rond hetzelfde tijdstip wakker worden wijst daarom niet automatisch op één specifieke oorzaak. Het helpt om naar het geheel te kijken: je hormonen, stressniveau, slaapomgeving, leefritme en dagelijkse gewoonten.
Wat een verminderde nachtrust met je doet
Een nacht minder goed slapen merk je vaak direct. Wanneer je slaap langere tijd onderbroken is, kan dat ook doorwerken op hoe je je overdag voelt en hoe je functioneert.
Je kunt je minder goed concentreren, sneller geïrriteerd raken of minder geduld hebben. Ook kan de behoefte aan zoete of energierijke voeding toenemen. Vermoeidheid kan namelijk invloed hebben op je eetlust, keuzes en dagelijkse ritme.
Daarnaast kan herstel na een drukke dag anders aanvoelen dan voorheen.
Bewegen kan zwaarder aanvoelen en het kan langer duren voordat je energie weer op peil is.
Slaap, stemming, energieniveau en gewicht hangen nauw met elkaar samen en beïnvloeden elkaar voortdurend.
Naast hormonale veranderingen kan ook stress je slaap tijdens de overgang beïnvloeden.
Wanneer je langere tijd spanning ervaart, blijft je lichaam alerter. Daardoor kan het lastiger worden om in slaap te vallen, door te slapen of een diepe, herstellende slaap te bereiken.
Minder goed slapen kan je vervolgens gevoeliger maken voor stress.
Je hebt minder mentale ruimte, reageert sneller op prikkels en vindt het mogelijk lastiger om te ontspannen.
Zo kan een vicieuze cirkel ontstaan waarin stress en slaaptekort elkaar versterken.
Een verminderde nachtrust tijdens de overgang heeft zelden maar één oorzaak.
Hormonen, stress, temperatuur, voeding, beweging en je dagelijkse ritme kunnen allemaal een rol spelen. Daarom helpt het om niet alleen te kijken naar wat er ’s nachts gebeurt, maar naar je hele dag.
Door aandacht te besteden aan regelmaat, ontspanning, daglicht, beweging en gerichte ondersteuning kun je stap voor stap ontdekken wat bij jouw lichaam past. Niet iedere nacht hoeft perfect te zijn.
Het gaat erom dat je lichaam voldoende ruimte krijgt om tot rust te komen en te herstellen.
Wil je een aanpak die past bij jouw verhaal? Een aanpak dat jou ‘op het lijf geschreven” is?
En dat je weer lekker kunt slapen en energiek en opgewekt door de overgang gaat?
Neem dan contact op!